Leon van Esbroeck 1919-1962

Leonardus  van Esbroeck junior (mijn vader) is geboren in 1919. Hij groeide op in een warm en hecht gezin. Met 7 kinderen was het ook voor die tijd een redelijk groot gezin. Doordat zijn vader een boerderij had en daarnaast burgemeester was betekende dat hij ondanks de crisis van de jaren dertig in een zekere welvaart leefde.

Het dorp Hengstdijk met ongeveer 500 inwoners was zijn thuis. Her en der woonden familieleden en hij kende iedereen in het dorp. Zijn neefjes woonden aan de overkant van de straat. Op de lagere school kreeg hij les van zijn oom en tussen de middag at hij zijn boterhammen bij twee ooms en een ongehuwde tante in de lokale smidse.  Een studiehoofd was hij niet. Hij heeft middelbare school gedaan, maar of hij die heeft afgerond weet ik niet. Dat  was toen ook niet zo belangrijk want de traditie was in die tijd dat je je vader opvolgde op de boerderij, zodra hij daaraan toe was of overleed.

Vermoedelijke peleton van Leon van Esbroeck hij staat in de achterste rij tweede van rechts

Begin 1939 werd hij opgeroepen voor de militaire dienst. Zijn dienstplicht vervulde hij bij de 2e compagnie van het 14e grensbataljon, dat gelegerd was bij Rilland Bath op Zuid Beveland. Daar was hij ook toen 10 mei 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Zijn legeronderdeel had tot taak op het smalle oostelijke deel van Zuid Beveland  de toegang tot dat schiereiland en het achterliggende Walcheren te verdedigen. Hierdoor werd de monding van de Westerschelde en de marinehaven Vlissingen beschermd. Het 14e grensbataljon bestond nagenoeg volledig uit dienstplichtige soldaten van rond de 20 jaar uit Zuidwest Nederland. De leiding bestond uit beroepsofficieren en onderofficieren. Dit bataljon telde 3 compagnieën bewapend met mitrailleurs en geweren. Bij de verdediging werden de soldaten beschermd door 12 kleine bunkers met bovenop een metalen koepel voor een mitrailleur. Voor de bunkers lag een gracht tegen tanks en pantserwagens. Het onderdeel beschikte niet over luchtafweer geschut en was daardoor niet beschermd tegen vijandelijke vliegtuigen.  Ook kanonnen behoorden niet tot de uitrusting. Het plan was hiervoor een beroep te doen op een oorlogschip op de Westerschelde.

Leon van Esbroeck als soldaat in 1939.

Met de inval van Duitsers op 10 mei 1940 kwam een eind aan de neutraliteit van Nederland. De oostgrens werd aangevallen en op strategische plaatsen landden parachutisten. Ook het 14e grensbataljon was meteen in opperste paraatheid. Diezelfde dag nog vlogen vijandelijke bommenwerpers over die enkele lichte bommen afwierpen. Die avond passeerden oprukkende Franse troepen de stelling. De volgende dag vlogen er herhaaldelijk bommenwerpers boven de stelling. Om 3 uur s ’middags wierpen 3 bommenwerpers 9 zware bommen af. Twee militaire barakken werden verwoest en een bunker raakte beschadigd. De 12e mei ontstond er een nerveuze stemming. Er gingen geruchten over vijandige parachutisten. Twee soldaten raakten gewond door ongelukken met eigen wapens. Die dag schoten Engelse jachtvliegtuigen drie bommenwerpers naar beneden die enkele kilometers voor de stelling neerstortten.  De 13e mei vlogen er voortdurend vijandige vliegtuigen boven de stelling. De soldaten waren zeer nerveus en schoten op vermeende vijanden. Op 14 mei klonk bij het aanbreken van de dag vijandig mitrailleurvuur vanuit Hoogerheide een dorpje enkele kilometers naar het oosten. Daar stonden ook vijandige kanonnen maar de Nederlandse marine wenst niet tot beschieten van de vijandige stelling over te gaan. Verkenners kwamen terug met onheilspellende berichten over een oprukkende vijand. Die middag werd op de Schelde een tanker aangevallen en de zuidelijke compagnie meende dat er gifgas was gebruikt. Om 4 uur die middag was er het eerste vijandelijk contact waarbij een sergeant om het leven kwam. Om half zes die middag riep de bataljonscommandant zijn 3 compagniescommandanten bij elkaar. Achteraf bleek dit een zeer slechte timing te zijn.  De troepen waren nerveus en de vijand stond voor de linie. Een half uur later vertrokken de commandanten. Die van de noordelijke compagnie ging naar zijn onderdeel, de twee overige commandanten gingen naar de zuidelijke sectie en troffen daar hun soldaten in paniek aan. De twee commandanten besloten, tegen de net met de bataljonscommandant gemaakte afspraken in, de stelling te verlaten en met enkele vissersvaartuigen de Schelde over te steken naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen. Op de Schelde werden deze vaartuigen beschoten maar ze wisten veilig hun bestemming te bereiken. De bataljonscommandant realiseerde zich zijn benarde positie (een gat in zijn linie, geen steun van kanonnen en geen luchtafweer) en verliet om 8 uur die avond met zijn overgebleven troepen ook de stelling.

Na de tweede wereldoorlog moesten de officieren zich verantwoorden over de onfortuinlijke afloop van de verdediging van Zuid Beveland. Daarvan zijn verslagen bewaard gebleven die de gebeurtenissen tot dan toe beschrijven.  Vervolgens gaat het verhaal verder aan de hand van het ooggetuigen verslag van Adriaan Sijs die ook deel uit maakte van de 2e compagnie. Uit het appelboekje van mijn vader maak ik op dat Adriaan bij dezelfde compagnie zat als mijn vader. Elementen uit het verslag komen overeen met wat mijn moeder over deze tijd heeft verteld.

Van Walsoorden trok de legereenheid te voet naar Axel. Daar bivakkeerden ze op de boerderij van Kees de Putter. Vrijdag 17 mei vertrekken ze  daar en gaan naar Zuidzande. (West Zeeuwsvlaanderen vlak bij de Noordzee kust) en daarna trokken ze verder naar Oostkerke in België.  Zondag 19 mei overnachtten ze in een school in Oostende en de volgende de dag werden ze daar in een kazerne ondergebracht. Dinsdag 21 mei rond 5 uur s’middags werd Oostende gebombardeerd en volgt er een hevige brand en rond middernacht volgt een tweede bombardement, waarbij vanuit de vliegtuigen met mitrailleurs werd geschoten en twee brandweerlieden werden gedood. De dag daarop volgt weer een bombardement waarbij de overdekte schietbaan naast de kazerne werd getroffen.  In totaal zaten er ongeveer 1.200 Nederlandse militairen in deze kazerne. De compagnie van Adriaan was naar zijn zeggen 80 man sterk. Op de avond van 25 mei werd de kazerne en de woonwijk door bommen getroffen. Vluchtende militairen werden door de Fransen van de kazerne muur geschoten. Tevens werd het nabij gelegen hospitaal geraakt en vloog in brand. De compagnie van Adriaan hielp de gewonden uit het Hospitaal te halen. Naar later blijkt zijn bij dit bombardement circa 50 mensen om het leven gekomen. Op 28 mei capituleerde het Belgische leger en stopten de gevechten. De soldaten van het 14e grensbataljon konden toen op weg naar huis. De meesten gingen te voet uit vrees krijgsgevangen genomen te worden door het Duitse leger. Veertien dagen van angst en verschrikkingen en een afmattende tocht zeker voor iemand met zware platvoeten als Leon.

De tweede wereld oorlog was een nare tijd voor jonge mensen. Gebrek aan veel producten, een permanent gevoel van onveiligheid en spanning. De jongens liepen het risico bij razzia’s opgepakt te worden en in Duitsland als dwangarbeider te worden ingezet. Dit was niet de sfeer voor een vrolijke en ongedwongen jeugd. Na de bevrijding eind september 1944 sloeg de sfeer meteen om. In deze tijd ontstonden er een groot aantal liefdes waaronder die van mijn vader en moeder. Het was gebruikelijk dat je als oudste zoon je vader opvolgde als hij de boerderij overdroeg of overleed. Als er meerdere zoons waren, wat met de grote gezinnen van die tijd vaak het geval was, kon een boerderij worden verdeeld of konden de broers een maatschap vormen. Tot die tijd werkte je bij je vader en kreeg je zakgeld. Een andere boerderij kopen of pachten was haast onmogelijk. Een verzekerd inkomen was haast een voorwaarde om te trouwen. Een aantal boeren zonen verhuisde in die periode dan ook naar de Noord Oost polder of emigreerde naar Canada of Australië.

Huwelijk Leon van Esbroeck en Tilly de Cock 1953

13 oktober 1953 na ruim 8 jaar verkering trouwden mijn vader en moeder en gingen tegen over de kerk te Hengstdijk wonen, omdat zijn ouders en enkele broertjes en zusjes op de boerderij woonden.  Een mooie tijd volgde een jong gezin, een sobere periode maar van jaar tot jaar ging het beter en de landbouw was een bloeiende sector. Na het overlijden van mijn grootvader in 1957 verhuisden ze naar de boerderij in de Rummersdijkpolder. Het huis dat toen 40 jaar oud was werd gemoderniseerd. Het toilet (een houten kastje met een gat erin) met daar onder een beerput werd vervangen door een WC en de bakkiet werd omgebouwd tot een moderne keuken, een bijkeuken en een badkamer  De balken plafonds werden voorzien van zachtboard en jammer; houten lambrisering verving mooie diamant vormige tegels. De boerderij was het ouderlijk huis van de familie van Esbroeck en bleef ook na het overlijden van mijn grootvader een ontmoetingsplaats voor de familie. Mijn moeder genoot van de gastvrijheid die ze mocht bieden en bereidde uitgebreide maaltijden.

Boerderij Rummersdijksestraat 1 juni 1956.

De boerderij was een voor die tijd middelgroot akkerbouwbedrijf. Doordat er ook laag gelegen gronden bij hoorden en enkele dijken werden er ook een 20 mestrunderen gehouden en 3 melkkoeien. De mechanisering van de landbouw was in volle gang maar zeker nog niet voltooid. Aardappel- en bietenrooien waren nog niet geautomatiseerd en graan en peulvruchten werden met het stro geoogst en tijdens de winter gedorst. Om het rundvee en de trekpaarden in de winter te voederen werden voederbieten geteeld, het loof van suikerbieten ingekuild, en het gras van bermen en niet begraasd weiland tot hooi verwerkt. Het laden en lossen van gewassen op de akkers en na het dorsen was nog handwerk. Het werken als landarbeider en boer was daardoor fysiek zwaar.

Leon van Esbroeck en tractor augustus 1955
Leon van Esbroeck met tractor

Tractoren hadden een geringere trekkracht en voor een aantal activiteiten werden nog trekpaarden gebruikt. Mijn vader zijn broer Jozef  (Sjef) en twee landarbeiders bewerkten de akkers en verzorgden het vee. Op het erf stonden een aantal hoogstam fruitbomen en voor het huis lag een moestuin. Dat was het domein van mijn moeder. Ook de zorg voor een twintigtal kippen en een paar varkens en het huishouden niet te vergeten was mijn moeders taak. Zij melkte ook meestal de koeien. 

Het werk op de boerderij werd bepaald door het seizoen en de weersomstandigheden. In lente zomer en herfst werd er, als het weer het toeliet, 6 dagen per week gewerkt. De zaterdag was namelijk een gewone werkdag. Zondagochtend ging iedereen in het dorp naar de kerk. Als het echt nodig was, bijvoorbeeld als er geoogst moest  worden en er regen werd verwacht, trokken de boeren na de kerkdienst hun werkkleding aan en gingen weer aan de slag.  Voor het overige was de zondag de dag voor een wandeling een fietstochtje, familiebezoek, een uitje of zoals die bijbels bedoeld is een rustdag.

Ook tijdens de avonden en vooral in de winter was er ruimte voor andere activiteiten. Mijn vader vulde dat in met deelnemen aanhet bestuur van het waterschap en de plaatselijke Boerenleenbank. Opvallend is de kleinschaligheid van deze organisaties. Met 500 inwoners had het dorp zijn eigen bank en samen met Stoppeldijk en Boschkapelle zijn eigen waterschap. Ook in dat opzicht trad hij dus in de voetsporen van zijn vader.  Ook had hij politieke ambities.  Hij heeft zich verkiesbaar gesteld voor de gemeenteraad van Vogelwaarde.  Daarnaast was hij lid van de nationale reserve. Dit is een militaire organisatie, gevormd door vrijwilligers die in tijd van crisis de lokale omgeving beveiligen. Van mijn moeder begreep ik dat het ook wel erg gezellig was en het bier soms rijkelijk vloeide.

Afgebrande schuur augustus 1960

In 1960 sloeg het noodlot toe. Aan het eind van de zomer in 1960 brandde de schuur af. Deze brand was ontstaan doordat de buurman op de akker achter de schuur stro verbrandde en een vonk de schuur ingevlogen was.  De herbouw van de schuur, het inkopen van het voer voor het vee en het afwikkelen van de schade gaf veel zorgen.

Kort daarna werd Leon ernstig ziek. Eind 1961 besefte hij dat deze ziekte hem fataal zou worden. Leon overleed op 30 april 1962 42 jaar oud. Tilly zette na het overlijden van haar man de boerderij voort.