Camiel de Cock 1889-1962 (Pit van Rapenburg)

Binnenkort wordt ik opa als God het belieft (om met mijn oma te spreken). Mijn grootouders hebben een grote rol gespeeld in mijn jeugd en ik vind het dan ook het moment om daar even bij stil te staan. Opa was mijn peetvader en ik sprak hem aan met pit (peter) zoals toen in de streek gebruikelijk was.  Hij woonde samen met oma en zijn oudste zoon op een boerderij op Rapenburg, wat tegenwoordig tot Vogelwaarde behoort. 

In de periode dat ik pit heb gekend was hij duidelijk met pensioen. Zijn zoon deed het werk op de boerderij en hij woonde in een woninkje tegen het oude woonhuis aangebouwd, waar hij samen met oma van zijn oude dag kon genieten. Omdat er in het dorp van mijn ouders geen kleuterschool was, hadden mijn ouders besloten dat ik naar de kleuterschool in het dorp van pit en oma zou gaan en ik daar dan gedurende de week zou logeren. Een klein jaar fietste ik op maandag naar Rapenburg logeerde daar tot vrijdag en op vrijdag na school fietste ik weer naar huis.

Camiel de Cock en zijn tweede echtgenote Melanie van den Hauwe gaan naar de kerk met in zijn linker hand een pijp.

Het bijzondere aan deze periode was dat ik bij twee mensen van tegen de zeventig woonde zonder speelgoed en zonder vriendjes en ik nooit het idee heb gehad dat ik mij verveelde. De school vond ik fantastisch. Maar ook bij pit en oma had ik het naar mijn zin. Pit vertelde verhalen, liet mij dingen zien en leerde mij erg veel. De basis voor dit alles was aandacht.  Een voorbeeld. We liepen langs het Koegat (een kreek vlak ten zuiden van het oude Stoppeldijk). Aan de kant van dit kreekje lag een schuitje met daarnaast een paar fuiken. Pit legde mij uit dat het bootje van een visser was en hoe hij met die fuik paling ving. Palingvisserij was een mooie bijverdienste. Bij veel mensen was het een goed gebruik als je iets te vieren had of voor familie of vrienden een maaltijd wilde bereiden, bij de lokale visser een paar kilo paling bestelde. In het voorjaar wist hij kievitsnesten te lokaliseren, hij wees mij op kievitseieren en een paar weken later op de kuikentjes.  Maar hij leerde mij ook de namen van de landbouwgewassen en planten in de tuin. Soms gebeurden er ook dingen waar we nu liever niet naar kijken en die we zeker niet bestemd vinden voor kinderogen. Op een ochtend in de herfst kwam van Goethem de lokale slachter. Tussen het huis en de schuur werd een hoop stro neergelegd. Het varken werd hard krijsend uit zijn hok gehaald. Met een pin door het voorhoofd geschoten en vervolgens de halsslagader doorgesneden. Het bloed werd opgevangen in een grote schalen. Daarna werd het varken op een strovuurtje gelegd om het haar af te branden en vervolgens de huid goed schoon te schrapen. Van Goethem voltooide de slacht totdat het varken in stukken op een laken in de “bakkiet” lag.

De dagen daarna was de maaltijd een ware traktatie. Bloedworst, gestoofde lever, niertjes soep, kaantjes (kleine uitgebakken spekjes). Net als pit genoot ik van deze delicatessen en dat was ons ook aan te zien.  De maaltijden waren naar onze maatstaven zeer rijk aan energie. Veel vet vlees  (spek, hoofdkaas en gerookte ham). Pit had een voor die tijd imposante gestalte  1 meter 92 lang, meer dan 130 kilo zwaar. Alles was  groot aan hem schoenmaat 48 (speciaal besteld) en overhemden extra groot gemaakt door de kleermaker. Ik was toen ook al goed aan de maat en beiden hadden we spierwit haar. Als we samen door het dorp fietsten waren we duidelijk herkenbaar als grootvader en kleinzoon. We waren daar beiden trots op.

Pit was ook een man van verhalen. De oorlog speelde daarin een grote een rol. Zijn generatie had twee wereldoorlogen meegemaakt. Het waren geen heldhaftige verhalen, maar hij probeerde de verschrikkingen van de oorlog duidelijk te maken.  Soms hadden die verhalen ook iets grappigs. In de eerste wereldoorlog was hij dienstplichtige. Zo ik al zei hij had schoenmaat 48. Hij had dan ook de grootste maat uniformsokken en als deze gewassen waren krompen ze wat en waren daarna te klein. Telkens als hij vuile sokken had kreeg hij daarom nieuwe. Hoeveel tijd er tussen een paar sokken zat heb ik hem niet gevraagd en ook niet wat zijn kamergenoten er van zeiden dat hij ongetwijfeld wat langer met zijn sokken moest doen. 

Hij legde ook de basis voor mijn carrière.  Mijn gevoel voor cijfertjes heeft hij ontwikkeld of ontdekt. Met een oude wekker leerde ik de cijfertjes en leerde ik die cijfertjes optellen. Daarna leerde hij mij hoger en lager met een set speelkaarten. Nu verdenk ik hem er van dat het zijn opzet was mij te leren jokeren (een kaartspel dat hij graag speelde) met iedereen die de druk van zijn kant niet kon weerstaan. Samen genoten we van het kaartspel en als oma naar zijn mening klaar was met haar huishoudelijke werkzaamheden,  vroeg hij haar om mee te spelen.  Pit  zorgde af en toe ook voor een in onze ogen fout rolmodel.  Hij rookte pijp. Als hij dacht dat zijn pijp gedoofd was, legde hij die in de asbak of als hij onderweg was stopte hij die in zak van zijn colbert. Dat veroorzaakte weer ergernis bij oma omdat het nog al eens gebeurde dat een laatste vonkje een gaatje in de voering brandde. Na een poosje drukte hij de as met zijn wijsvinger een beetje aan stak zijn pijp weer aan en blies de geurige rook de kamer in.  Zijn wijsvinger was daardoor vaak een beetje zwart en de speelkaarten zagen er na een poosje beduimeld uit. Toen ik later rookte heb ik ook een poosje pijp gerookt. Ook waren zijn maaltijden heerlijk maar wat overdadig. Ik deed daar graag en mee en dat doe ik nog steeds. Het is een slechte gewoonte of waarschijnlijker mijn zwak excuus.

Van links naar rechts Camiel de Cock, Miel mijn moeder Tilly, mijn tante Irma, een nichtje en mijn oma Melanie van den Hauwe op de boerderij te Hengstdijk. Camiel een beetje onderuitgezakt genietend van gezelschap en het mooie weer. Heel herkenbaar voor mij.

Mijn grootouders waren zeer Katholiek. Na het avondeten nam pit de rozenkrans van de spijker naast zijn zetel en werd bij elk kraaltje van deze krans een gebed gebeden en het waren er enkele tientallen. Een lange zit, maar er viel niet aan te ontkomen. Ik ben nooit bang geweest voor pit, maar ik haalde het ook niet in mijn hoofd om te rebelleren. Hij had niet alleen overgewicht maar ook overwicht. In de maand mei Maria maand werden er bloemen voor het beeldje van de heilige Maria gezet. In de nette kamer hing een groot religieus schilderij en naast elk bed hing een wijwaterbakje. Natuurlijk hing ook in elk vertrek een kruisbeeld waaraan een palmtakje was vastgemaakt.

Bij oma proefde ik het ouderwetse landleven. Zij maakte zelf haar boter. Naast de kachel stond een emmer met de room van de melk langzaam zuur te worden. Als deze zuur was werd er gekarnd en dreef er boter op de karnemelk. De karnemelk werd s’avonds gegeten als karnemelksepap met gort en de boter was voor eigen gebruik en werd deze weggegeven aan familie en vrienden. Een enkele keer bakte zij brood en cake in een houtoven. Een stenen oven die met dun brandhout goed heet werd gestookt en waar je dan in kon bakken. Tegenwoordig zouden we dat een prachtige pizzaoven vinden. Groenten werden geconserveerd (gewekt) in glazen potten en in de kelder stond een grote pot met witte kool te fermenteren tot zuurkool. Naast een stenen kuip waarin het varkensvlees werd geconserveerd in de pekel.

Camiel de Cock *20-10-1889 + 4-2-1962

Februari 1962 (ik was toen 7 jaar) is pit gestorven. Mijn laatste herinnering aan hem is dat hij opgebaard lag in de nette kamer. Naast zijn kist een palmtakje (buxus) waarmee ik met wijwater een kruisteken mocht maken over het lichaam. Zijn erfenis van hem voor mij zijn zijn verhalen en lessen en  de ervaring in een andere tijd en wereld geleefd te hebben. Hij heeft daarmee interesses gewekt.  Maar het belangrijkste is zijn betrokkenheid en aandacht en die van oma. Het is een warme herinnering en een bron van inspiratie bij de opvoeding van onze kinderen en als God het belieft (om met oma te spreken) van ons kleinkind.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.